Archives maart 2019

Hoe het netwerk van pas kan komen

Als je hier langer woont ontwikkelt zich een netwerk van mensen, zoals overal, waar je op terug kunt vallen als je vragen hebt. Of impliciete en expliciete noden en behoeften, al naar gelang. Zo overkwam me een heel prettige verrassing van de week: ik mag gratis en voor niets een flink aantal extra olijfbomen op mijn terrein tegemoet zien.

Olijfbomen
Ze horen zo echt bij de Provence. Ze stralen rust en kalmte uit. Ze zijn prachtig om te zien en ze zijn altijd groen. In de omgeving van Nyons hebben we bovendien natuurlijk onze AOC-olijven, een olijf met een kwaliteitslabel, jawel!

Omdat het klimaat het toestaat is dit ongeveer de noordelijkste streek rond de Middellandse zee waar de olijfbomenkweek nog mogelijk is, onder bepaalde voorwaarden. Bijvoorbeeld de voorwaarde dat het bepaalde rassen zijn die hier goed gedijen, ook als het in de winter soms flink vriest.

Terrein
Meer en meer wordt de druiventeelt vervangen in onze omgeving door olijfbomenteelt. En ik vind dat eigenlijk heel fijn. Waar we in 2005, toen we hier kwamen wonen, nog wel eens dachten “pff, al die zeeën van wijnstruiken, dat wordt op termijn best saai”, krijgen we nu een gevarieerder landschap. Hoera!

Maar de boeren hebben te weinig grond om die kweek hier rendabel te maken. Kijkt u maar eens in Spanje, de ENORME olijfbomengaarden daar zijn op zich alweer “zeeën van…” maar dan anders.

Particulieren zoals ik hebben grond (niet enorm, maar alle beetjes schijnen te helpen) en vinden olijfbomen in hun tuin prachtig. Ziedaar, een geweldig compromis.

Francis
Francis van de bridgeclub in Nyons is zo’n teler die op zoek is naar tuintjes. Voor hem is 4000 vierkante meter een eitje, maar opgeteld komt ie stiekem aan heel wat eitjes en zo kan hij zijn kwantiteit olijven makkelijker halen. Bovendien zorgen die tuintjes-eigenaren in het algemeen goed voor hun bezit, dus voilà, een perfecte match.

Binnenkort in ons theater…
… een tig-tal extra olijfbomen! En nog veel fijner: ik hoef er niets aan te doen, want Francis verzorgt zijn kinderen en komt de oogst ophalen.

En nee, ik hoef er geen flesje olie voor, als hij dat zal voorstellen. Ik ben reuze blij met deze oplossing!

Zelf ervaren?
Ons terrein wordt dus een soort mini-olijfbomengaard, als het aan mij ligt. Ik ga er natuurlijk niet voor kappen, dus u blijft ook genieten van de geurige struiken: rozemarijn, lavendel, santoline, eleagnus. Maar een stoeltje en een lekker boek in de schaduw van een olijfboom… wauw.


Vide greniers – rommelmarkten

In Frankrijk is het fenomeen “Garage sale” uit Amerika over komen waaien. Ondanks het bestaan van lokale tweedehandswinkels, internetsites als Leboncoin.fr en ook weer lokale Facebook-trade pagina’s, is de vide grenier (“ruim de zolder op”) levendiger dan ooit. In Mirabel starten we in april en vervolgens de hele zomer door.

Tips
U moet vroeg komen! Zodra de markt opent is het zaak er te zijn, daar beneden bij de tennisbanen. Dan komen ook altijd de lokale mensen die uit zijn op de nieuwste snufjes op technisch gebied of de aanbiedinkjes van het begin van de dag. In de loop van de dag wordt het meer een toeristisch gebeuren, want de bezoekers van de streek zijn weliswaar dol op het aanbod, maar in het algemeen komen ze er niet eerder hun bed voor uit.

Laat
Ook laat komen is zinvol, zo tegen sluitingstijd. Sommigen trekken dan de laatste dozen leeg omdat ze niet met de spullen weer huiswaarts willen. Professionals of semi-professionals doseren meer over de dag. Dus daar moet u geregeld even naar terugwandelen als u het begeerde object ziet liggen.

Onderhandelen
Natuurlijk is het altijd mogelijk om over de prijs van de producten te praten. Doet u dat echter wel met een brede glimlach, want ook de verkoper wil een leuke dag hebben. En ziet u een artikel wat al een tijdje ligt, dan is de prijs natuurlijk navenant lager. Bedenkt u echter wel dat de standhouder een bedrag aan de gemeente moet afrekenen voor zijn plaats. En dat wordt steeds hoger.

Ideale periode
De particuliere personen die op een vide grenier gaan staan doen dat in april. Het is dus aan te raden die vroege periode te gebruiken! Want zij hebben in het algemeen de beste en verrassendste, goedkoopste artikelen. In de hoogzomer is de vide grenier al lang niet meer voor de particulieren, want die mijden de drukte en komen eerder of later.

Zelf ervaren?
Menige gast bij ons heeft al een leuk artikel kunnen scoren op de Mirabelse vide grenier. U kunt er te voet naar toe. En omdat het zo dichtbij is, gaan veel liefhebbers een paar keer per dag. Op 14 juli en op 15 augustus zijn er ook rommelmarkten in het dorp wegens de feestelijkheden.

 


Lavendel

Wat is er nou Provencaalser dan een veld geurende, bloeiende lavendelplanten? Die vinden we hier in overvloed! Het bloeiseizoen ligt tussen de derde week van juni en eind juli, afhankelijk van ligging, hoogte en soort lavendel. Er zijn heel veel producten die met behulp van lavendel gemaakt worden in onze streek. En het is ècht een wonderlijk goedje.

Lavendel in soorten
Lavendel wordt gekweekt en geoogst voor de etherische oliën. Maar niet elke soort brengt dezelfde kwaliteit olie op. De èchte lavendelolie is daarom duur, maar duurzamer qua geuropbrengst, met andere woorden, het ruikt langer lekker. Echte lavendel vind je alleen boven 600 meter hoogte, want elders is het voor echte lavendel te warm. Deze planten brengen meestal relatief minder op, maar de kwaliteit is dus beter, waardoor de prijs hoger mag zijn.

In Nyons; de distilleerderij
Wie wil zien hoe het proces van distilleren in zijn werk gaat brenge een bezoek aan de distilleerderij in Nyons. Vanaf eind juni geurt de hele stad naar lavendel, heerlijk. Het is een ambachtelijk procédé wat ze daar gebruiken en indrukwekkend om te zien, bijna ongewijzigd sinds 1939.

De winkel naast de distilleerderij, die zo ongeveer de grootste in onze regio is, verkoopt allerhande producten die met lavendel zijn gemaakt, van crèmes tot lollies. Tevens worden grondstoffen geleverd aan de Franse parfumindustrie. Deze enthousiaste mensen verzorgen rondleidingen en workshops.
Ook te koop in Nyons voor de liefhebbers is lavendelijs. Bij banketbakker Crumois, onder de bogen van de Place des Arcades.

Waartoe lavendel gebruiken?
Aan lavendel worden vele goede eigenschappen toegedicht. Het is, zegt men, werkzaam als ontsmettingsmiddel voor wondjes. Ook insectenbeten jeuken minder of niet meer als je er wat lavendel-olie op doet. Er wordt beweerd dat hoofdluis er niet van houdt. Vele lokale kinderen vertrekken daarom ’s ochtends naar school met een paar druppels lavendel achter de oren. Ook wordt lavendelbloesem gebruikt als anti-mijt-middel in de linnenkast. Daartoe wordt die bloesem in vrolijk bedrukte zakjes gedaan.

Af en toe weer even kneden en ze ruiken weer als nieuw. Lavendel is ook een belangrijk bestanddeel van zeep, dat met name vanwege de geur, en toiletsprays.

Zelf ervaren?
Katten houden er helemaal niet van, zelden zul je daarom een kat in een lavendelveld zien, maar mensen vinden het meestal heerlijk. U kunt lavendelvelden bezoeken bij Sault, in de Vaucluse, ongeveer 50 kilometer bij ons vandaan en wellicht fotograferende Japanners aantreffen die er met bussen tegelijk naar toe gaan. Dichterbij hebben we ze ook en dat is minder druk: tussen Vinsobres en Valréas, via een schitterende weg, komt u er een heleboel tegen.


Monsieur Florent Guibert: soldaat van Napoleon

In het straatje waar ik vroeger in Mirabel verbleef, woont ook een oude vriend, Jean, die heel veel interesse heeft in Franse geschiedenis. Dat komt onder meer omdat zijn betovergrootvader, Florent Guibert geheten, in het leger van Napoleon heeft gevochten en mee is geweest op de veldtocht naar Rusland. Op zolder had Jean’s moeder het dagboek van Guibert gevonden en zorgvuldig bewaard. Jean heeft dat, in de vroege jaren ’90, met me gedeeld. Fantastisch, een persoonlijke historie uit een tijd die weliswaar heel bekend is om de grote lijnen, maar niet zo erg vanuit persoonlijk perspectief. 

De vondst
Jean heeft dit “dagboek” in de jaren ’80 door zijn toenmalige secretaresse bij Rhône Poulenc in Lyon uit laten typen in modern Frans. Met de getypte versie ben ik, natuurlijk met zijn fiat, de boer op gegaan in de jaren ’90. Ik zocht en vond op het toen nog heel prille internet een association (vereniging) in Parijs die zich bezighoudt met het verzamelen en categoriseren van informatie over de veldtochten van Napoleon. Toen ik het adres aan Jean gaf en hem vroeg of hij wilde dat ik daar achteraan zou gaan, nam hij het dossier toch wel snel weer zelf ter hand, want dit, zoals ik snapte, is natuurlijk iets om mee te pronken. Hoe Frans! Maar ik kan dat alleen maar leuk vinden. Jean heeft het besproken in Parijs en ziedaar, het verhaal verscheen in het clubblad van de vereniging en zijn huis in Mirabel werd een pelgrimsbestemming voor Napoleon-fanaten in Frankrijk die met bussen tegelijk (ik overdrijf niet) zijn domein bezichtigden om te zien waar Guibert gewoond heeft, totdat zijn vrouw hier nadrukkelijk paal en perk aan stelde. Hier is het lieve dankwoord van Jean aan mij en Stefan voor de bescheiden bijdrage die we hebben geleverd:

Voor Juliette en Stefan zonder wie ik de mémoires van mijn betovergrootvader nooit had kunnen publiceren. Alle liefs en heel veel dank! Jean

Geschiedkundige waarde
Mijn broer die historicus is, heeft het dagboek gelezen in een door mij gemaakte Nederlandse vertaling en verklaarde dat het beslist bijzonder is. Authentiek. Maar… geschreven als een soort dagboek na alle gebeurtenissen, zijn het meer mémoires dan een echt dagboek. En schijnbaar wordt de historische waarde dan iets minder,  want het is gekleurd met een visie achteraf. De details die in het verhaal voorkomen zijn echter hier en daar zo bijzonder dat zelfs officiële geschiedschrijvers stukjes konden aanpassen.

Guibert
De jonge Florent, geboren op 19 april 1783 in Piégon, had wel zin in avontuur en was toe aan wat anders dan alleen olijven plukken. Toen hij 22 jaar was wierf Napoleon steeds meer recruten en hij vertrok als soldaat om veel later, om precies te zijn 11 jaar later, terug te keren als lieutenant. Hij is in Nederland (Holende) geweest, in de buurt van Amsterdam (Amesterdam) en Den Bosch (Boilduc). In de periode 1812 – 1815 begeleidde hij Napoleon naar Rusland, samen met 680.000 anderen. Zijn bataljon splitste af naar St Petersburg. De andere 2 marcheerden naar Moskou en Riga.

Andere publicaties
Ook andere tijdschriften bleken geïnteresseerd in Guibert.

Een heel bijzondere passage
Deze tekst uit het dagboek is me altijd bijgebleven:
“We hadden in ons regiment 6 zwarte Amerikanen die muziek moesten maken. Drie van hen waren er al dood toen we de Berezina bereikt hadden. Eentje van dezelfde kleur, die uit Moskou kwam gemarcheerd, voegde zich bij hen, liep met hen mee en deed hetzelfde als die groep. Ik zag ze meermaals, soms voor ons, soms in het midden van de troepen, soms achteraan. Maar altijd bleven ze samen. De derde dag dat we uit Vilnius weg zijn gegaan werd er eentje ziek. Zijn kameraden probeerden hem te steunen en droegen hem zelfs. Maar dat ging natuurlijk niet lang goed. En een tweede van de groep werd ziek. Ze bleven alsmaar samen en waren onafscheidbaar, totdat ze samen, alle 5, op dezelfde plaats gestorven zijn, in de sneeuw. Die zwarte gezichten in de witte sneeuw, dat trok ieders belangstelling, ook al waren wij er nog zo slecht aan toe”.
Nee, de telling klopt niet, en zo zitten er wel meer kleine inconsistenties in het verhaal, maar dit is een verhaal dat door de Parijse vereniging zorgvuldig is nagetrokken, want tot nu toe was hen onbekend dat er Amerikanen, laat staan gekleurde, mee waren gegaan naar Rusland. Ik weet niet of het teruggevonden is.

Dit is een sprekend plaatje hoeveel manschappen vertrokken (bruine streep, start linksonderaan, rechtsbovenaan het einde). De zwarte streep staat voor de extreme temperaturen tijdens de russische veldtocht.

Terugkeer
De meeste soldaten lieten het leven in Rusland, zo’n 640.000 man en in totaal denkt men dat er 1 miljoen zijn omgekomen. Er kwamen er maar 20.000 terug in Frankrijk. Wie dacht dat ze met gejuich in hun vaderland zouden worden ontvangen heeft het goed mis. Ze werden met stenen bekogeld toen ze, eindelijk hun thuisland, vaak gewond of er anderszins slecht aan toe, in marcheerden. De reden was dat ze vaak al jaren weg waren en hun arbeidsplaatsen al lang waren ingenomen door anderen. Wie moest die monden nu weer voeden?
Guibert en zijn Zuid-Franse kameraden namen afscheid van elkaar op de Place de l’Horloge in Avignon, waar ieder zijns weegs ging, ieder naar zijn huis en dorp. Ik moet, als ik daar ben, altijd even aan Florent denken.

Zelf ervaren?
Het huis waar Guibert na zijn terugkeer heeft gewoond staat in de Rue Chauchière in Mirabel, aan de zijde met de even nummers. Zijn achterkleinzoon woont er nog steeds en is maar wat trots op deze historische en belangwekkende vondst. Veel, meest Franse, Napoleon-vorsers trekken jaarlijks naar de omgeving van Grenoble om daar slagvelden na te spelen. Iedereen kan meedoen.


Le boulanger et la boulangerie

In Mirabel hebben we een tweetal prima bakkers. De ene bakt nog echt aan huis, zijn bakkerij zit (misschien al een eeuw) onder de winkel, de andere krijgt het brood dagelijks vers van de echte bakkerij uit Aubres. De smaak van beide broodsoorten is goed, de keuze ruim bij beiden. Maar we mogen ons in de handen knijpen met 2 bakkers op loopafstand van de gîtes, want het wordt een steeds zeldzamer verschijnsel. Hier een stand van zaken.

Bakkers in Frankrijk
Hoe het begon? Iedereen had zijn eigen broodbakoven. Elke boerderij was voorzien, maar naar mate de mensen dichter bij elkaar kropen in dorpen, was het eenvoudiger om een gezamenlijke oven te delen.

En daarna werd het simpeler om een professional aan te stellen die brood bakte voor iedereen. Wie weet is daar de bij wet geregelde broodprijs van afkomstig: een baguette (250 gram stokbrood) mag overal 87 centimes kosten en niets meer. Een pain (wit brood, 500 gram) 1,36 euro. En alles wat anders heet is “fantaisie” en mag de prijs krijgen die de bakker ervoor hebben wil.

Bakker Olipain in Mirabel
Nu de supermarkten sinds enige decennia ook brood verkopen, hebben bakkers het moeilijker gekregen en zoeken zij steeds weer naar nieuwe producten. De bakker in Aubres heeft er een passie van gemaakt.

Hij zat in het begin in Mirabel met zijn bakkerij, maar kon niet genoeg uitbreiden met zijn laboratorium. Daarom is hij naar Aubres verhuisd, maar liet wel zijn winkel in Mirabel, l’Olipain, open, die net achter de fontein en de plataan zit.

Bakker Payan in Mirabel
Deze bakker is een schoolvoorbeeld van hoe het altijd ging in het dorp en niet alleen in het onze. De bakkerij zit onder het huis en is zeer oud. Hij zat er al in WOII, maar vermoedelijk nog veel langer. Dochterlief heeft als kind van 5 nog croissantjes helpen maken in die bakkerij, om 4 uur ’s ochtends, want wij woonden toen in de straat en kenden de toenmalige bakker redelijk goed.

Bakker Payan met vrouw en dochter bij hun kerststal

Nooit is er daar meer dan één bakker geweest, en altijd stond diens vrouw in de winkel om het brood te verkopen. Klassiek. Hij presteert het nog altijd om te overleven, ook al vernieuwt hij nauwelijks.

Supermarktbrood
Tot mijn verbijstering ontdekte ik van de week dat Intermarché in Nyons in de “bakkerij” uitsluitend nog diepgevroren en ontdooid brood verkoopt. Non mais. Het smaakt inderdaad niet zo lekker, maar soms heb je haast en moet je wat.

Dus nu is dat geen optie meer voor mij. Bah. Het speelt misschien ook een rol dat de mevrouw die daar al sinds een paar jaar in de winkel staat werkelijk een toonbeeld is van “oh jee, een klant. Wat storend”. Ik ben daar wat gevoelig voor, helaas.

Franchise brood
Ik weet niet wat het is wat het brood van Marie Blachère zo zalig maakt, maar het is een feit dat iedere keer als ik daarmee thuiskom het binnen de kortste keren op is. Marie Blachère is een bakkersketen die bakt in de winkel. Overal in de streek vind je die winkels: Nyons, Valréas, Avignon, Orange…

Bovendien 4 baguettes voor € 2,95. Tel uit je winst. Maar al kostten ze de gewone prijs, ik zou ervoor zwichten. Ik snap ook dat ik daarmee de lokale ondernemers niet steun, maar smaak is toch een ding. En parkeergelegenheid, laten we die vooral niet vergeten.
In Vaison vinden we ook twee bakkerijen met parkeergelegenheid die het prima doen.

Zelf ervaren?
Ik zie altijd mijn gasten ’s ochtends vers brood gaan halen in het dorp en gelijk hebben ze. Het is een heerlijke ochtendwandeling van een minuut of 10. Kan het romantischer en Franser? De afzet van croissantjes in de zomer is vele malen hoger dan in de winter, zelfs als je dat relatief ziet ten opzichte van het aantal klanten, want wij, Fransen, eten eigenlijk alleen op zondag croissants. Ik ben blij dat mijn gasten ruimschoots goed maken wat ik laat liggen om de lokale commercie te steunen. 😉


Klantgerichtheid in Frankrijk

Toen ik hier in 2005 definitief ging wonen was het in Frankrijk met klantvriendelijkheid droevig, nee, zéér droevig gesteld. Winkels en loketten, allemaal een drama. Hoe vaak ik gewisseld ben van leverancier omdat het weer eens vreselijk was, ik weet het niet meer. Maar… er is heel veel verbeterd de laatste jaren. Ik kan niet anders zeggen. Wie de cursussen gegeven heeft is mij onbekend, maar van Super U tot het belastingkantoor: ze begrijpen nu wat een klant is.

Klassiekers
Als je in een winkel wachtte op een medewerker, wachtte je lang. Het verhaal met de collega moest eerst even worden afgerond, of dat nu ging over zakelijke of privékwesties. Nog erger was dat wanneer je aan de beurt kwam de telefoon ging. Ik heb menig keer gezegd tegen winkelpersoneel, als ik dan eindelijk mijn vraag kwijt kon, dat ik de volgende keer zou bellen in plaats van langskomen, dat gaat immers sneller. Altijd die “not amused”-blik…

Belastingdienst
De meest recente wijziging is te signaleren bij de belastingdienst. De mensen in de buurt hebben het er zelfs over. Je wordt vriendelijk te woord gestaan, ze snappen snel waar het over gaat, ze DOEN iets en ze regelen het voor je. Non mais (nou ja zeg).

Daar moeten Fransen toch wel héél lang op hebben gewacht. Het is bijna een genoegen om ze te bellen of langs te gaan. Ok ok, ik zal niet overdrijven.

Winkels
In winkels is de verbetering geleidelijk ingezet, al zijn er nog altijd gevallen die hardnekkig blijven. Voorbeeld: van de week was ik mijn telefoon kwijt geraakt. Een bestelling wachtte op mij bij het uitgiftepunt van de Super U in Nyons. Ik weet dat je daarvoor altijd je ID-kaart mee moet nemen en een bewijsje dat het X bestelling betreft. En dat stond alleen per SMS in die telefoon, die dus weg is.

Thuis gauw even een printje gemaakt van de berichtenuitwisseling. Kom ik er aan met mijn nette A4, zegt de baliemevrouw ontzet: “U moet dat niet printen hoor! Dat is echt zonde! En in kleur nog wel!”. Ja maar, ik ben mijn telefoon kwijtgeraakt en die SMS en… Affijn, het pakje kwam en toen nogmaals: “Dus voortaan niet meer printen hè, mevrouw, dat is niet goed voor het milieu!”. Dan toch weer even die nekharen, u kent het wel. Ik heb maar niets gezegd, de dame bedoelt het goed zullen we maar zeggen.

Bouwmarkten
Bij de Bricomarché in Nyons hadden ze de cursus té goed gevolgd, denk ik. Als je de deur nog maar net achter je gesloten had sprong er al bijna een medewerker in je nek. Goedemorgen, kan ik u helpen? Heel vriendelijk, zeker, maar zelf nadenken deed ik dus op een dag niet meer. Ik wachtte bij de ingang op de eerste de beste die onmiddellijk uit de rekken tevoorschijn sprintte en legde mijn vraag voor.

In Nyons zag ie er minder flitsend uit

Inderdaad, dan ben je snel uit en thuis, maar het gevolg voor de zaak moet tweeledig geweest zijn: ik heb nog nooit zoveel personeel in een bouwmarkt gezien en zelden zag ik klanten gezellig rondstruinen en nog eens iets van dit en waarom ook niet van dat meenemen naar de kassa. Resultaat: de tent is failliet gegaan in 2016. We missen hem node!

Banken
Misschien is het allerlaatste bolwerk waar we nog wat kunnen optimaliseren de bank en het bankwezen in de regio. Dezelfde chagrijnige hoofden zie ik al jaren en het wordt maar niet beter. Weer een voorbeeld. Een meneer uit Nederland heeft zijn huis recent via Leggett en mij verkocht. Helaas kent Nederland geen RIB (relevé d’identité bancaire, een uittreksel van de Franse bank waarop naam, adres, IBAN en BIC staan, bij iedereen hier bekend).

De notaris had het daar al erg moeilijk mee, het arme mens, en zij vond het daarom beter de opbrengst van het huis, toch een leuk bedrag, op zijn Franse rekening te storten. Oh ongelukkige. De betreffende bank, ik zal de naam niet noemen maar het heeft iets met boeren van doen, wil een RIB. Meneer kan op zijn kop gaan staan, maar zonder RIB geen overboeking. Zijn Nederlandse bank heeft een Engelstalige verklaring (Frans is te moeilijk) gemaakt waarop staat dat rekening Y in Nederland echt van hem is, om welke verklaring meneer werkelijk tot in de hoogste administratieve regionen van zijn bank heeft moeten smeken, en nog is het niet genoeg. Zijn geld staat nu al maanden hier en we weten langzamerhand niet meer in welke taal we het de Franse bank in kwestie duidelijk moeten maken. Meneer dreigt nu met rente-inkomstenverlies declareren. Helaas, ik ken Frankrijk nu goed genoeg om te weten dat niemand daarvan onder de indruk zal raken.

Medische wereld
Zelfs in de medische wereld is het begrip klantgerichtheid doorgedrongen. Ik kan niet klagen over de behandeling, want die is en was technisch meer dan uitstekend hier. Maar er schortte nog wel eens wat aan de uitwisseling tussen de medische stand en de mens achter het dossier. Lang wachten omdat er een bedroevende organisatie bij intake en ontslag is, geen blik werd je soms waardig gegund, dat was allemaal wel ons deel. Maar dat is nu anders aan het worden nu veel klinieken geprivatiseerd worden.

Incheckbalie met nummertjesysteem in een kliniek in Orange

Je hebt bij wijze van spreken nog een duf hoofd van de narcose en hup, er hangt al een vriendelijke juffrouw aan de telefoon die wil weten of alles naar wens gegaan is.

Zelf ervaren?
Frankrijk is procedureel en hiërarchisch georganiseerd. Bij het minste of geringste wat anders gaat dan de standaard MOET de chef erbij komen. Gelukkig betekent dat de laatste jaren dat de kwesties wel opgelost worden waar je bij staat. Handig in winkels, prettig bij instanties. Als bezoeker van de streek zult u weinig verschillen ten opzichte van Nederland meer opmerken in de klantvriendelijkheid van het personeel overal. En wij varen er zelf ook zeer wel bij. Veel leuker om een boodschap te doen.


Boos over bordjes (4)

Zoals mijn broer al zei over deze kwestie: “Eerst zien en dan geloven!”. Het staat eraan te komen, mensen. Gisteren een ontwerp-bordje gezien en de vraag gekregen of ik het ermee eens ben:

JAAAA!

Donderdagmiddag wordt dit ontwerp aan de Gemeente Mirabel aux Baronnies voorgelegd (honestly), volgt er goedkeuring (hopen we) en dan de order aan de firma die ze maakt. We blijven hier vooralsnog hoopvol en goedgemutst.

Intussen zie ik nu overal in de streek deze soort bewegwijzering en het is echt een grote verbetering. Heel duidelijk. Wel even wennen aan waar welke kleur voor staat, want dat is niet a priori duidelijk. Blauw staat blijkbaar voor overnachtingsmogelijkheden, en dat komt wel goed uit, want die kleur vind ik het mooiste.

Ik houd u op de hoogte in deel 5 van deze saga.


Telecom in Frankrijk

Ik heb in een vorig leven gewerkt bij KPN Telecom. Nu zeg je: voor KPN Telecom. Ik doe “bij”, want ik was echt in dienst, en ik voelde me ook betrokken bij het bedrijf. Ik ben er net na de privatisering gestart, een hele boeiende tijd was dat. Wat heb ik genoten van alles wat je over die techniek kon leren. Zo eenvoudig in eerste instantie en zo ingewikkeld qua diensten die “eroverheen” gaan. Ik bestudeer dan ook telecom-zaken in Frankrijk vanuit die ervaring en ik vind het enig wat ik hier aantref. Een verslagje.

Leidingen
Het moet u al eens zijn opgevallen dat alle bekabeling (deel van de zogenaamde openbare infrastructuur) zowat bovengronds loopt in Frankrijk, zeker op het platteland. Dat geldt voor zowel elektra als telecom. Natuurlijk als gevolg van de bodemgesteldheid die in berg- en rotsachtig Frankrijk nu eenmaal veel lastiger is te doorgronden als in Nederland. Iemand zei eens: als je aan Nederland heel hard zou schudden, blijft het nòg aan elkaar plakken vanwege alle pijperaria in de grond.
Het ontsiert het Franse landschap enorm, daar zijn we het allemaal wel over eens.

Maar het went ook erg. Dat wil zeggen: ik zie het niet meer en mijn streekgenoten hoor je er ook nooit over.
Sinds enige jaren rolt ons departement de Drôme een glasvezelnetwerk uit. Uiteraard onder of net naast de departementale wegen, zoals dat overal gaat. Nieuwsgierig heb ik opgezocht wanneer wij hier aan de beurt zijn: tussen 2021 en 2023. Nog even volhouden met ons koper, dus. Maar de snelheid is verbazingwekkend, dat is echt goed voor elkaar.

Centrales
De kabels van de huishoudens en bedrijven gaan naar een verzamelpunt in de straat. Zie foto, waar een ijverige monteur in Mirabel bezig is met het uitzoeken welke tweedraads verbinding van welk huis komt.

Deze monteur stond wel een beetje te vloeken, want wat hij zocht was al verbonden aan een ander huis dan daadwerkelijk de bedoeling was. De subcontractors maken er hier een potje van, zuchtte hij. Ik ben het gloeiend met hem eens.
Vanaf die kastjes gaan dikkere verbindingen naar onze dorpscentrale, die fysiek staat in het postkantoor. En vandaar denk ik dat het naar Nyons gaat, waar een grote centrale is voor de hele omgeving, om weer verdeeld te worden naar Valence, onze departementhoofdstad, dan naar Parijs en de wereld. Zou graag eens een bezoekje brengen aan de grote centrales in Parijs, want het is daar vast enorm. Ik vermoed dat onze infrastructuur ergens aankomt in de buurt van Gare de Lyon, daar waar je Parijs binnenkomt vanaf het zuiden. Of wie weet zijn ze intussen gedecentraliseerd en mag Valence rechtstreeks distribueren. Denk het niet, veel te duur. Of wie weet werkt het na zoveel jaren uit de business te zijn intussen allemaal wel heel anders, satellietschotels in Valence of zo. In Nyons in elk geval niet.
Uiteraard zijn dit soort weetjes best kept secrets, ook in Nederland, vanwege de veiligheid.

Diensten
De infrastructuur is één ding, maar de diensten die eroverheen worden getransporteerd zijn natuurlijk veel ingewikkelder. Dat om te beginnen omdat France Telecom, de netwerkexploitant, verplicht is om knarsetandend die infrastructuur ook aan derden aan te bieden.

Zo ontstond Orange, als commercieel vervolg op France Telecom, en konden concullega’s SFR, Free, Bouygues en anderen hun gang gaan. Als het dan zo moet, nou dan ook maar bezuinigen en subcontractors voor het netwerk inschakelen, moet France Telecom gedacht hebben, met de kwalijke gevolgen van dien. Het is niet meer “propre” (schoon) allemaal. Grrrr, wij telecomtechneuten vinden dat niet goed. Maar ja.

Wat te kiezen?
Als iemand zich vestigt in Mirabel kan hij of zij kiezen welke internetprovider het beste past. Omdat onze dorpsinfrastructuur zo gammel is dat bij praktisch elke onweersbui de zaak plat gaat, is het aan te bevelen om bij moeders te blijven, dat wil zeggen: Orange. Mocht er wat mis zijn, dan zit je het dichtst bij het vuur om de zaak te laten repareren. Zo heb ik dat ervaren met iemand die SFR had gekozen omdat dat goedkoper was. Die jongens en meisjes moeten eindeloos wachten in het oh zo bureaucratisch georganiseerde telecomland om France Telecom aan het werk te krijgen. Want onder water blijven wij natuurlijk onze eigen dochter Orange het eerste helpen. Fout fout!

Diensten mobiel
Orange biedt een hele hoop soorten abonnementen aan. Wat ik persoonlijk niet meer snap in Nederland is waarom mensen met bundels worden afgescheept. Als je hier een mobiel abonnement neemt, kun je in 4G alles doen, totdat je een zeker maximum verbruik hebt bereikt en dan switch je naar 3G. Sinds ik in de auto weer naar Nederlandse radiozenders luister, haal ik net het einde van de maand niet met mijn 4G en word automatisch naar 3G geleid. Maar ik mail, whatsapp, google en GPS wat af. Ik weet dus niet eens wanneer mijn “4G-bundel” stopt. Dat is ook irrelevant om in de gaten te houden.

Zelf ervaren?
Ten onzent is de zaak relatief heel goed onder controle: u heeft op het terrein en in de gîtes toegang tot wifi achter een password, u kunt TV kijken via die wifi (met Chrome Cast op een plat scherm in elke gîte) en de snelheid blijft ok, ook als alle gîtes bezet zijn. Dit is achter de coulissen geen sinecure geweest, want in Frankrijk is dit voor elke gîtes-beheerder een uitdaging. We zitten immers vrijwel altijd op het prachtige platteland en hebben te maken met nogal wat foutkansen vanwege die infrastructuur. U begrijpt nu de passie voor dit onderwerp? Misschien niet, maar u kunt gewoon genieten van een prima internetverbinding. En dat is de hoofdzaak.


Honneponnen die Bretonnen

Als je in Frankrijk woont moet je ook andere landschappen blijven ontdekken, vind ik. Zo verhuis ik één keer per jaar een weekje naar de Loire Atlantique, waar, vlakbij St. Nazaire (van de scheepswerven), Le Pouliguen ligt. Een totaal ander Frankrijk, bijna in niets te vergelijken met de Provence. Met ook alweer heel wat anekdotische verhalen en belevenissen. Hier zijn wat opmerkelijke zaken uit die contreien, wederom bespiegeld vanuit een Nederlands-Provencaalse achtergrond.

Afstand
Het is een zogezegd takke-eind rijden. Bijna 1000 kilometer vanaf Mirabel. Maar dan heb je ook wat. Afstanden worden sowieso voor Fransen en binnen Frankrijk vaak anders ervaren. Je zit nu eenmaal al snel een half uur in de auto, als het niet een uur is, om een boodschap te doen bij Ikea, Leroy Merlin of anderszins. Het went. Ik heb wel eens het idee dat door die lange afstanden, die meestal in co-voiturage (carpooling) met kennissen die ook behoeftig zijn worden afgelegd, de mate van verbale uitwisseling die Fransen hanteren bepaald wordt. Oftewel, in auto’s wordt wat afgeleuterd. Hierdoor is denk ik ook het succesvolle concept “Blablacar” ontstaan.

Op internet kun je een rit inschrijven en mensen die interesse hebben melden zich daarvoor aan en betalen een bescheiden bijdrage. Blabla vanwege dus de vaak toch wel interessante gedachtenwisselingen.

Le Pouliguen
is een prachtig voorbeeld van een vissersdorp dat uit het vrijwel niets een gezellig toeristisch oord werd, met behoud van zijn eigenheden. De buurvrouw, La Baule, zag dat anders. In La Baule, net aan de overkant van de jachthaven, komt de chique uit Nantes zijn weekenden doorbrengen.

Echt waar, jongemannen met de geknoopte trui over de schouders en dames in de lokale wax regenjas met de blauwwitte strepen, maar oh zo bourgeois daaronder en daarboven: je ziet het er dagelijks.

Men golft en tennist daar volop: zo niet in Le Pouliguen. Daar kijken ze ernaar en halen er hun schouders bij op. Die luttele meters tussen La Baule en Le Pouliguen schelen ook honderden euro’s per m² woonoppervlak.

Loire Atlantique
Deze streek maakte vroeger deel uit van Bretagne, toen dat nog vele malen groter was. Het wordt plaatselijk als een groot complot ervaren om Bretagne administratief op te delen, onder andere dus in het nietszeggende Loire Atlantique, want zo ontneem je ze hun spreekrecht, de Bretonnen. Het is echt niet voor niets dat Asterix daar werd gesitueerd door Goscinny en Uderzo.

Bretonnen, dat zijn de Friezen van Frankrijk, denk ik wel eens. Ze zijn anders. Ze willen tot op zekere hoogte best meewerken, maar leg ze geen strobreed in de weg, want dat geeft extreme heisa.

Bretonnen
Onze honneponnen (vrij naar de Nederlandse vertaling van Obelix’ lied) zijn dus een slag apart. Elk weekend gaat de jeugd (maar niet alleen die) uit en zuipt zich zo’n slag in de rondte dat de auto vaak aan de kant moet blijven van de Gendarmerie. Op mistige zondagochtenden zie je daar dan ook heel wat verlaten wagens langs de kant van de weg.

Drankmisbruik is een groot lokaal probleem in Bretagne, begrijp ik van allerlei kanten. Bier en cider, maar ook wel wijn en illegaal gestookte (but of course) jeneversoorten zijn hier debet aan. Ze gaan gewoon hun eigen gang daar. En er is een zekere vorm van gelatenheid van de rest van Frankrijk te bespeuren als je dat wat diepgravender aankaart. Tja, Bretagne hè. Anders.

Markt
In Le Pouliguen is elke dag markt. Net naast de haven op een binnenplaats staat een vaste opstelling waar de handel wordt uitgestald door lokale commercanten. Heerlijke verse vis, schaal- en schelpdieren, verse groente en fruit, kaas, worst, alles voor een zalige maaltijd is er te koop.

De oestermevrouw begroet alle mensen, of ze ze nu vaag of goed kent, heel persoonlijk. Er komen natuurlijk heel wat toeristen, of beter, tweede huisbezitters, die ze niet vaak ziet, maar ze heeft er haar hobby van gemaakt om ze allemaal min of meer te herkennen. Ook de vele opa’s en oma’s die er met hun kleinkinderen in de schoolvakanties heen trekken zijn graag geziene gasten.

Landschapsschoon
In het binnenland van Le Pouliguen ligt Guérande, misschien bij sommigen onder u bekend van het zout. De talrijke zoutpannen van Guérande zijn gewoonweg schitterend om te fotograferen.

Ze liggen er al zo sinds de Romeinse tijd. Het bezoekerscentrum, dat gidsen levert, is erg geliefd in de streek, want dit is ook een erg interessant fenomeen, die zoutwinning uit de Atlantische oceaanwateren. Er komt geen enkele machine aan te pas en dat is niet zo vanuit bezuinigingsoogpunt. Het kan gewoon niet anders dan met de hark en de schep.

Stedenschoon
Nantes, Vanves en Rennes zijn de wat grotere plaatsen in de buurt die de moeite waard zijn om te bezoeken. Met name Nantes is erg statig, als je dat bezoekt zie je waar de La Baule-chique vandaan komt.

Bretagne is van oudsher ook overwegend katholiek, waardoor de kerken en kathedralen rijk en fraai getooid zijn.

Opvallend Bretons kenmerk
Natuurlijk leven veel Bretonnen uiteindelijk in Parijs, want als je ècht wat wilt… Ik heb er heel wat ontmoet daar en ze hebben allemaal een belangrijk kenmerk gemeen: ze vragen je honderduit over hoe het gaat met je familie, met naam en toenaam, of die en die al is hersteld van dat of dat, hoe het huwelijksfeest van zus en zo is gegaan, en was de familiereünie leuk etc etc. Ze onthouden ALLES. Maar ze zullen je nooit vragen hoe het met jou gaat, heel bijzonder. Nee, zeggen ze dan, dat zie ik vanzelf wel. En dat is waar.

Zelf ervaren?
Het ligt natuurlijk niet naast de deur, Zuid Bretagne, maar het is echt een ontdekking. Het klimaat daar staat de groei van mimosa en palmbomen toe. De prachtige oude huizen, helaas afgewisseld met lelijke flats langs de lange Baie de la Baule, zijn juweeltjes om te bestuderen. Dus een keertje wat anders dan de Provence en toch Frankrijk? Ik kan het u aanraden.


They leave their brains at home

In de Provence komen heel veel bezoekers genieten van het heerlijke klimaat, de natuur en de cultuur die we hebben. Ook Britten vind je hier veelvuldig. Zij logeren meestal bij “kinsmen”, dat wil zeggen, in huizen die van Engelsen zijn, gevonden via een website Chez Nous (spreek uit “sjeejnoe”) genaamd. Die Engelse eigenaren ken ik soms en zij klagen meer dan gemiddeld, vind ik, over het bezoek en hun ervaringen daarmee. Soms zijn hun verhalen hilarisch. Fransen en het Engels, of de Engelsen, gaan ook niet altijd zo bijster goed samen, heb ik gemerkt. Een inkijkje vanuit de Franse wereld naar de Britse toerist en de relatie met hun taal.

Wijn proeven
Dagelijks wordt Britse (nou ja, Noord-Ierse) verhuurcollega T gebeld door haar gast die een kilometer of 8 verderop zit in één van haar verhuurpanden. Over de meest triviale dingen als “waar kan ik vuilniszakken kopen” tot “hoe moet ik hier een lamp indraaien”. Ze blijft geduldig haar gast te woord staan.
Na een dag of 10 komt er op een avond een telefoontje van deze zelfde gast over het onderwerp wijn proeven.

Ze hebben een bordje langs de weg zien staan en het lijkt erop dat ze ergens gratis wijn kunnen proeven. Maar weet T misschien waar het precies is? Het was een plaatsje.
“Welk plaatsje?”
“We weten het niet meer precies maar het begint met een S”.
“Ah. Seguret, Sablet, Saint Maurice, Saint Pantaléon…”. Nee, dat is het allemaal niet.
“Oh, mijn man weet het weer! Soirey (uitgesproken als swári)”.
T begreep het gelukkig meteen: Soirée (de dégustation), dus wijnproefavond: dat is geen plaats, en zo was ze weer bij af.
Overigens kun je hier overal gratis en te allen tijde wijn proeven in caves.

De pizzadoos
Zelfde T wordt gebeld door een van haar andere gasten, zo’n 25 kilometer verderop. “Onze diepvrieskast sluit niet meer”. Hoe kan dat nou?
“Is er iets verbogen?”, probeerde zij op afstand de zaak op te lossen, want 25 kilometer heen en ook weer terug voor iets kleins is geen pretje.
“Nee hoor, maar we snappen het niet, hij sluit echt niet”.
Dus toog T in haar auto naar de gast.
Bij aankomst bleek dat ze pizza hadden gegeten en de restanten met doos en al in de diepvries hadden gestopt.

Toen ging de deur van de diepvrieskast niet meer goed dicht, want het karton was te groot. Doos ombuigen en hoppa, het werkte allemaal weer.

Common sense
Het overkomt haar en Britse verhuurcollega’s dus vaak dat gasten de meest eenvoudige dingen toch even navragen. Ze verzucht dan ook geregeld: “They leave their brains at home”. Or their common sense?
Wat ik veelvuldig zie is dat Engelsen liever een betaalde gids nemen dan zelf zomaar op de bonnefooi dingen ondernemen. Daarom wellicht hebben we hier maar liefst 2 wijngidsen, Brits uiteraard, die elk een deel van het Rhône-gebied bestrijken, Paul en Philip.

Aanbod supermarkten
Dat hier nogal wat Britten komen, echter weer niet zoveel als in de Dordogne, zie je ook aan een schap in elke plaatselijke supermarkt met cream crackers, pickles en ander Engels spul.

Een Fransman begrijpt hier helemaal niets van. Het is niet eens lekker, verbaast ie zich. Maar ze kunnen blijkbaar niet zonder, hoor je hem denken.

Mount Ventox
Als mensen aankomen in de streek valt ie wel op, de Mont Ventoux. Een Engelsman wilde het echter zeker weten: “Is that Mount Ventox?”, vroeg hij me vriendelijk.

Yes, that is Mount Ventox, Sir. Sindsdien is de Ventoux voor mij stiekem zo blijven heten.

Engelsen en huizen kopen
In Great Britain willen veel mensen de eeuwige fog and rain ontvluchten. Ze zoeken hier dus veelvuldig naar tweede huizen. Het liefst lekker kakkineus in de Luberon of aan de Côte d’Azur, wie-doet-me-wat, maar voor velen is dat financieel niet meer te behappen. Ze komen dus steeds meer onze kant op, als ze al niet bij al die landgenoten in de Dordogne blijven hangen.

Daar is de invasie gewoonweg onthutsend: café’s, pubs, hotels en restaurants worden gerund door allemaal Engelsen. English spoken here. Zo ver is het rond Mirabel nog niet.

Frogs
Ze noemen de Fransen frogs, omdat Fransen kikkerbillen eten. Ze denken ook vaak dat ALLE Fransen dat elke dag op hun menu hebben staan. Mij is niet bekend of Fransen een term voor Britten hebben.

De Bretonnen hebben dat vast wel, want de historisch niet zo geweldige ervaringen tussen de Britten en de Bretonnen leiden toch tot een zekere mate van vooroordelen over en weer.

Brexit
“Le Breksíete” wordt toch wel algemeen beschouwd als een grote fout door de meeste Fransen, behalve natuurlijk door hen die vinden dat Frankrijk hier ook bij aan zou moeten schuiven en de EU verlaten, le Frexit. Maar dat is hier een hele kleine minderheid.
In het afgelopen jaar heeft een record aantal Britten de Franse nationaliteit aangevraagd om problemen voor te zijn wanneer ze er niet meer bij horen. Van zo’n 200 aanvragen per jaar werd een trend gestart in 2016, met 1363 aanvragen in plaats van al 385 in 2015. In 2017 3000 stuks, dus 2018 mocht waarschijnlijk rekenen op nog veel meer.

Engels spreken
Wie in Frankrijk naar school gaat krijgt Engelse les, jawel, u gelooft het niet maar het is zo. Ik heb eens een Franse lerares Engels gesproken, die uit liefde voor de Britse cultuur voor die taal had gekozen. Ze doet haar best, maar de lesmethoden zijn nog steeds erg grammatica-vertaalmethode gericht, iets wat in Nederland al in de jaren 70 was losgelaten. Dus er is te weinig taalvaardigheidstraining in spreken en luisteren. Veel te weinig. Bovendien vaak met een zwaar Frans accent.

Mijn dochter sprak op een dag twee soorten Engels: dat wat ze hier op school leerde en dat wat ze thuis en op TV meekreeg. Dat eerste omdat anders haar klasgenoten haar niet zouden begrijpen.
Als een film in de bioscoop te zien is voor kinderen wordt ie altijd nagesynchroniseerd in het Frans. Een punt van grote ergernis hier ten huize, want wij willen geen Frans sprekende Harrý Pottèr.
Zoals al eens gezegd wordt op de radio half-half gedaan, half Engelstalige muziek en half Franstalig.

Generatieverschil
Mensen op het platteland van pakweg 50 jaar en ouder hebben vaak moeite met het Engels. Ze vermijden het liever dan dat ze voor joker willen staan doordat ze iets stoms zeggen. Dat is de reden onder andere waarom veel buitenlanders denken dat Fransen arrogant zijn. Dat zijn ze niet, ze zijn alleen bang om af te gaan. Jongeren worden geacht het Engels beter te beheersen. Dus als u iemand de weg wilt vragen kunt u het beter bij een jongere persoon proberen.
Alhoewel: zooo praktisch als je gebeld wordt door één of ander call center, je weer eens zonnepanelen of zo aangesmeerd krijgt en dan vriendelijk vragen: “Sorry I don’t speak a word of French, do you speak English?”. Zo hou ik mijn goede humeur en haken ze ALTIJD af aan de andere kant. Dus niet elke jongere is het Engels machtig, of… ze worden er niet voor betaald om moeilijk te moeten doen.

Zelf ervaren?
Als je Britten in winkels tegenkomt zijn ze meestal met een stel of een groep. Het is voor mij ronduit geestig om ze in een supermarkt of op de markt de uitgestalde producten te horen bespreken, want ik luister er met Franse oren naar. En zie vaak Franse streekgenoten achter hun kraam vriendelijk afwachtend kijken, totdat ze licht in paniek schieten wanneer een Brit het woord tot hen richt. Bon Dieu, als ie maar Frans kan!!!